14 maart 2014

Wedstrijd


Opgewekt loop ik de deur uit. Aan het eind van de straat blijf ik even staan en bedenk aan welke kant van de weg ik het best kan gaan lopen om de meeste zonnestralen te vangen. Tevreden merk ik even later op dat die missie aardig slaagt. Af en toe richt ik mijn gezicht naar boven voor wat bonuspunten. Vogelgezang begeleidt me op mijn weg. Opgewekte kreten en gelach van voornamelijk fietsers bevestigen het nog maar eens: het is een heerlijke dag.
 
Mijn stok maakt een zacht tikkend geluid op de stoeptegels. Het doorbreekt de geluiden van de lenteachtige dag en laat mijn glimlach soms veranderen in een geconcentreerde frons. Aandachtig luister ik naar voetstappen – die van passanten en die van mezelf. Ik probeer te peilen hoe ver ik van de weg en de struiken naast me loop. Af en toe laat ik mijn stok mijn vermoedens bevestigen. Ik zigzag om palen en onhandig geparkeerde auto’s heen. Vaak zet ik die manoeuvres al in voordat mijn stok met een harde tik kenbaar kan maken dat ik uit moet wijken. Ik maak er een sport van. En net zoals bij elke sport baart oefening kunst.

09 februari 2014

Tasten in het duister


Lopen en er 100% op vertrouwen dat er geen gevaar op de route ligt. Geen harde of scherpe objecten waaraan ik mijn hoofd kan stoten. Geen oneffenheden waardoor ik mijn voet zou kunnen verzwikken. Geen mensen die haast hebben en mij over het hoofd zien. Een onbekende ruimte binnenlopen en dankzij concrete aanwijzingen meteen mijn weg kunnen vinden. Wel zelf die onbekende weg mogen zoeken, maar niet hoeven te stuntelen. Koopwaar kunnen bewonderen zonder raar aangekeken te worden. Een vriendin een paar lelijke slippers tonen die zij niet al lang had zien liggen. Tegen iemand aanlopen en niet eerst een woedende blik krijgen voordat het begrip daagt. Mijn laatste beetje zicht verliezen en me daardoor alleen maar comfortabeler voelen. Onmogelijk? Een droomwereld? Voor even was het werkelijkheid. Voor even was ik volledig in mijn element. In een museum, dat wel.

01 februari 2014

Durven zien


Vol vertrouwen stap ik de bus uit. Ik ben op weg naar mijn werk, een route die ik vier keer per week afleg. En dat al een half jaar lang. Ik zou dit dan ook slaapwandelend kunnen doen, ware het niet dat er een paar onoverzichtelijke en drukke verkeerspunten op mijn pad komen. Alert zijn is dus geen overbodige luxe. Afgezien daarvan voelt het vooral als routinewerk, als het begin van tien zeer voorspelbare minuten. Maar niets is minder waar.
 
Mijn routine wordt onverwacht verstoord. “Jongedame!” klinkt het achter mij. Ik sta stil en kijk om, een vragende blik in mijn ogen. De man komt naar me toe en legt uit dat hij me verkeerd zag lopen. Verkeerd? Hoezo verkeerd? Wat verward hoor ik hem aan, maar ik sta toe dat hij met me meeloopt. Ik stond op het punt de busbaan over te steken en het gebruik van twee goede ogen sla ik zeker niet af.

22 januari 2014

Een goed begin ...


Schrijf een pakkend intro. Mijn docente journalistieke basisvaardigheden hamerde er een paar jaar geleden al op. En nog steeds hoor ik het overal. Originele woorden, onverwachte zinnen, prikkelende inhoud. Het moet de lezer de tekst in trekken. Met als doel dat niet alleen het intro, maar de gehele tekst gelezen wordt. Eitje, toch?
 
Als je nu nog leest, heb ik blijkbaar iets goed gedaan. Of ben je benieuwd hoeveel slechter deze tekst nog kan worden. Misschien ken je me wel en vind je daarom dat je (ondanks het intro) de rest van de tekst ook moet lezen. Welke reden voor jou ook geldt: welkom!