06 juni 2014

Wat zij niet zagen


“Wacht even.” Het machinelawaai stopt. Gelukkig, ze hebben me gezien. Een eindje voor mij op het smalle pad staan een aantal voertuigen en mannen die net nog fanatiek de begroeiing te lijf gingen. Alleen gewapend met een stok, alle geluiden overstemd door het machinegeweld zo’n onbekende, mogelijk gevaarlijke situatie binnenlopen leek me geen goed plan. Wat ben ik dan ook blij dat werklui meestal erg alert zijn op hun omgeving.
 
“Kan ik er veilig langs?” vraag ik voor de zekerheid. Het antwoord is bevestigend, maar zodra de man aanstalten maakt met me mee te lopen, fluit een collega hem terug. “Dat kan hij wel zoeken.” De ‘hij’ in deze zin is mijn hond, die alleen een halsband en een dun riempje van ruim een meter draagt. Na drieënhalve maand met een ‘gewone’ hond over straat te hebben gelopen, verbaast het me nog steeds. Blinde + hond = geleidehond. Blijkbaar was het toch niet Freasers opvallende tuig dat mensen de afgelopen jaren op zijn aanwezigheid attendeerde. Je kunt dus beter een kat als huisdier nemen als je wilt dat mensen je mogelijkheden goed inschatten, bedenk ik half geamuseerd. Ach, wat maakt het ook uit. De mannen zijn gestopt met hun werk en hoe dan ook op mij gefocust, dus ze grijpen vast wel in voor ik mezelf blauwe plekken bezorg.

28 mei 2014

Noord-Italië voor de blinde reiziger


Dus jij ziet niet zo best? En je hebt het toch in je hoofd gehaald naar Italië te gaan? Heel goed! Italië heeft je namelijk veel te bieden. Eeuwenoude kunstwerken, prachtige kerken en paleizen, traditionele pizza’s en overheerlijk ijs. En dat is nog maar het begin. Mijn reis door Noord-Italië was een reeks aan genietmomenten en unieke ervaringen. Wil ook jij naar Pisa, Florence en/of Venetië om cultuur te snuiven? Wie weet brengt deze pagina je dan op ideeën. Fijne reis!

07 mei 2014

Italiaanse flarden


“Wat heb jij eigenlijk aan reizen?” Deze vraag werd mij diverse keren gesteld als reactie op de mededeling dat ik naar Italië zou gaan. In tien dagen zou ik samen met een vriendin drie Italiaanse steden gaan verkennen. In eerste instantie vond ik de vraag logisch, passend bij de vele vragen die me worden gesteld. Daarna vroeg ik me vertwijfeld af of er voor sommigen dan echt niets anders is dan zicht. Of zou ik inderdaad zo weinig van het voor mij nog onbekende land mee gaan krijgen?
 
Ik loop met mijn armen gespreid. Mijn handen glijden langs vrij gladde, koude muren. Ze lopen rond en ik volg. Mijn voeten vinden de onregelmatige traptreden. Ze zijn niet vlak, maar scheef, misschien uitgesleten door de vele voeten die mij voorgingen. Hoger en hoger cirkel ik. Soms zijn de treden hoog, soms laag en ruim, haast alsof ik meer naar voren loop dan naar boven. Het is duidelijk: de toren van Pisa is echt scheef.
Boven aangekomen voel ik de frisse wind op mijn gezicht. Ik hoor geroezemoes van stemmen. Het heeft iets gezelligs. Ik hoor auto’s. Een paard die een wagen trekt en wiens belletje vrolijk klingelt. Getik en geklop van restoraties aan de kerk naast de toren. De stad Pisa strekt zich beneden mij uit.

01 april 2014

Bestemming onbekend


Ik open de deur en stap naar buiten. Daar sta ik dan. Op het stoepje waar ik al zoveel middagen heb gestaan. Ik ben al zo vaak die deur uitgelopen, dat het routine zou moeten zijn. Een handeling die zonder nadenken wordt uitgevoerd. Maar vandaag ben ik me extreem bewust van de klik waarmee de deur achter me sluit.
 
Vier dagen per week, zevenenhalve maand lang bracht ik door in het pand achter me. Ik deed er ervaring op als tekstschrijver. Ik leerde over de kracht van woorden, over inleven in doelgroepen, over duidelijke taal en over schrappen. Ik ontdekte dat er een hele hoop meer achter een blad of campagne schuilt dan gedacht. Dat het kleinste detail een totaal andere reactie teweeg kan brengen. Ik zocht, las, schreef en herschreef. Ik interviewde allerlei mensen en kwam menig keer met een grote grijns op mijn gezicht uit zo’n gesprek, vol energie vanwege het enthousiasme van een volslagen onbekende.

14 maart 2014

Wedstrijd


Opgewekt loop ik de deur uit. Aan het eind van de straat blijf ik even staan en bedenk aan welke kant van de weg ik het best kan gaan lopen om de meeste zonnestralen te vangen. Tevreden merk ik even later op dat die missie aardig slaagt. Af en toe richt ik mijn gezicht naar boven voor wat bonuspunten. Vogelgezang begeleidt me op mijn weg. Opgewekte kreten en gelach van voornamelijk fietsers bevestigen het nog maar eens: het is een heerlijke dag.
 
Mijn stok maakt een zacht tikkend geluid op de stoeptegels. Het doorbreekt de geluiden van de lenteachtige dag en laat mijn glimlach soms veranderen in een geconcentreerde frons. Aandachtig luister ik naar voetstappen – die van passanten en die van mezelf. Ik probeer te peilen hoe ver ik van de weg en de struiken naast me loop. Af en toe laat ik mijn stok mijn vermoedens bevestigen. Ik zigzag om palen en onhandig geparkeerde auto’s heen. Vaak zet ik die manoeuvres al in voordat mijn stok met een harde tik kenbaar kan maken dat ik uit moet wijken. Ik maak er een sport van. En net zoals bij elke sport baart oefening kunst.

09 februari 2014

Tasten in het duister


Lopen en er 100% op vertrouwen dat er geen gevaar op de route ligt. Geen harde of scherpe objecten waaraan ik mijn hoofd kan stoten. Geen oneffenheden waardoor ik mijn voet zou kunnen verzwikken. Geen mensen die haast hebben en mij over het hoofd zien. Een onbekende ruimte binnenlopen en dankzij concrete aanwijzingen meteen mijn weg kunnen vinden. Wel zelf die onbekende weg mogen zoeken, maar niet hoeven te stuntelen. Koopwaar kunnen bewonderen zonder raar aangekeken te worden. Een vriendin een paar lelijke slippers tonen die zij niet al lang had zien liggen. Tegen iemand aanlopen en niet eerst een woedende blik krijgen voordat het begrip daagt. Mijn laatste beetje zicht verliezen en me daardoor alleen maar comfortabeler voelen. Onmogelijk? Een droomwereld? Voor even was het werkelijkheid. Voor even was ik volledig in mijn element. In een museum, dat wel.

01 februari 2014

Durven zien


Vol vertrouwen stap ik de bus uit. Ik ben op weg naar mijn werk, een route die ik vier keer per week afleg. En dat al een half jaar lang. Ik zou dit dan ook slaapwandelend kunnen doen, ware het niet dat er een paar onoverzichtelijke en drukke verkeerspunten op mijn pad komen. Alert zijn is dus geen overbodige luxe. Afgezien daarvan voelt het vooral als routinewerk, als het begin van tien zeer voorspelbare minuten. Maar niets is minder waar.
 
Mijn routine wordt onverwacht verstoord. “Jongedame!” klinkt het achter mij. Ik sta stil en kijk om, een vragende blik in mijn ogen. De man komt naar me toe en legt uit dat hij me verkeerd zag lopen. Verkeerd? Hoezo verkeerd? Wat verward hoor ik hem aan, maar ik sta toe dat hij met me meeloopt. Ik stond op het punt de busbaan over te steken en het gebruik van twee goede ogen sla ik zeker niet af.