04 september 2026

Ai, AI

Blauwe achtergrond met in grote witte letters de tekst ‘Ai, AI’ en daaromheen in lichtblauwe letters de woorden ‘eigenlijk’, ‘misschien’, ‘weet je’, ‘eerlijk’ en ‘niet omdat … maar’

Er zijn van die teksten waarvan je denkt: is hier nog een mensenhand aan te pas gekomen? Een mensenhoofd, een mensenhart? Niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze dezelfde bouwblokken gebruiken. Woorden en woordcombinaties die duidelijk zijn. Die werken. Maar die nét te vaak terugkomen.

In berichten op sociale media, met talloze lovende reacties. Op webpagina’s. In toespraken waar publiek aandachtig naar luistert. Overal hoor en lees ik diezelfde woordjes. En eerlijk? Die leiden me af. Ze trekken me uit het verhaal. Mijn gedachten worden overgenomen door een vraag: als mijn conclusie klopt en AI zich met deze woorden bemoeide, in hoeverre bemoeide AI zich dan ook met de inhoud ervan?

Juist dat maakt het zo zorgelijk. Want hoe echt zijn die meningen, die mooie verhalen? Zijn ze waargebeurd? Of heeft een computer ze uitgespuugd? Geen doorleefde ervaring, maar berekende woorden. Statistieken als vervanging van gevoel. Om daarmee wel gevoel bij een ander te ontlokken.

En om eerlijk te zijn: dat lukt. Maar daar komt gratis nog een gevoel bij: argwaan. Ook als ik niet weet of ook de inhoud artificieel is. Juist als ik dat niet weet. Ja, ik kan enorm meeleven met personages in fictie. Ik word geïnspireerd, leer anders kijken. Ik weet dat er ghostwriters zijn. En natuurlijk zijn er redacteuren. Gelukkig maar. Als die hun vak verstaan, geven die een tekst iets eigens. Niet elke keer diezelfde trucjes. Alsof op de radio nog maar één liedje klinkt, met alleen steeds net andere woorden. Want eerlijk, dat is toch doodsaai?

En ja… dat taalgebruik beïnvloedt mij ook. Steeds vaker betrap ik mezelf erop dat ik zinnen omgooi of niet meer op durf te schrijven. Niet omdat ze niet kloppen. Maar omdat ze al veel te vaak worden gebruikt. Misschien ben ik niet de enige bij wie ze daardoor de verkeerde reactie oproepen. Geen kippenvel, brok in de keel of simpelweg aandacht voor het verhaal, maar: “Ai, AI.”

En eerlijk… dat is toch zonde? Ik mag dan kritisch zijn op slordige teksten vol taal- en spelfouten, zeker van een gerenomeerde bron. Maar geef me iets echts. Iets zo uit het leven. Laat woorden me raken, omdat ze waar zijn. Niet alleen als feit – al moet je daar bij AI-teksten ook je vraagtekens bij zetten. Maar omdat ze doorvoeld zijn. Omdat ik weet dat wat ze beschrijven echt is gebeurd, bedacht of beleefd. Omdat ze schuren. Omdat ze ons iets vertellen, leren, laten ervaren. Van mens tot mens. En weet je? Dan is een taalfoutje of niet helemaal gepolijste opbouw eigenlijk niet zo erg.

Misschien is dat wel de kracht van een verhaal. Dat het ons kan raken, omdat het van mensen komt. Dat we ons erin herkennen, eraan spiegelen, er weerstand tegen hebben, er iets in vinden. Niet een berekende, berekenende combinatie van woorden uit een machine. Niet een prompt voor de meeste likes. Niet steeds hetzelfde liedje, maar verrassende klanken. Authentiek, uniek; die woorden worden vaak gebruikt om iets aan te prijzen. Misschien niet zonder reden. Ik wil geen eenheidsworst, maar gewoon wat jij wil vertellen. In jouw woorden. Misschien gaat het wel vooral om dat je het meent. En dat de ontvanger dat voelt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten