woensdag 14 maart 2018

Seven-week itch

Ze begon heel enthousiast. Nieuwe stad, nieuwe route, nieuw gebouw met veel mensen en obstakels; het was allemaal leuk. Maar nu heeft geleidehond Wilka geen zin. Ze sjokt door de gangen en over straat, loopt strak achter vreemden aan in plaats van zelf na te denken en remt al meters voor ze een deur of stoeprand moet aangeven bijna af tot stilstand. Om knettergek van te worden.

 
Van mijn eerste geleidehond Freaser was ik dit soort stakingen gewend. Een paar keer achter elkaar dezelfde route en meneer vond het saai. Hij wist precies hoe hij het bloed onder mijn nagels vandaan moest halen. Door de jaren heen leerde ik steeds beter hoe ik met zijn gedrag om moest gaan en zag ik naast de frustratie ook de uitdaging. Wilka neemt haar werk in dit opzicht veel serieuzer. Misschien heeft ze me daarmee verwend. Terwijl zij mokt en slentert, spuit de stoom uit mijn oren.
 
Ik praat enthousiast tegen haar, laat blijken dat ik chagrijnig ben en dit niet wil, negeer haar. De week verstrijkt, haar getreuzel blijft. Na een uitbrander van mij schiet ze ineens naar voren, met even weinig concentratie. Mijn knie schampt een paaltje en ik ben een blauwe plek rijker. Zo kan het niet langer. Tijd voor actie. Stap 1: afkoelen.
 
Dat weekend mopper ik mijn frustraties van me af. Zodoende ontdek ik dat anderen met geleidehond dit fenomeen herkennen. Na een week of zes met een nieuwe routine dringt echt tot de hond door dat deze blijkbaar blijft, wordt mij verteld. En Wilka was wat dat betreft de afgelopen jaren verwend: interview hier, gezellig dagje daar, werkdag weer ergens anders. Hoe nieuwer en drukker de omgeving, hoe beter zij werkte. Momenteel ben ik niet de enige die ineens een veel stabieler werkritme ontwikkelt. En dat vindt mijn kleuter duidelijk geen goed idee. Ze protesteert volgens het boekje, netjes na zes weken. Wilka lijdt aan de seven-week itch.
 
Als ik wil dat haar gedrag verandert, moet ik beginnen bij mezelf. Nadat de stoomwolken zijn opgetrokken, is Freasers wijze les me weer helder, net als mijn gemoed. Op maandagochtend heb ik mijn strategie klaar: haar gedrag gaat mij niet beïnvloeden. Ik weet immers maar al te goed hoe sterk ze daarop reageert. Onze wederzijdse gevoeligheid moet weer de andere kant op werken. Wilka heeft mijn volledige aandacht en geduld. Al lopen we er twee keer zo lang over, we gaan haar focus terugbrengen.
 
En dat lukt. Wanneer ik zeker weet dat haar slakkengang echt niet nodig is om me te beschermen, krijgt ze dat kort en duidelijk, maar zonder negatieve emotie, te horen. De boodschap komt aan. Ze versnelt en ik volg, haar vertellend hoe ontzettend knap ze is. Elke keer dat ze terugvalt, herhaal ik mijn acties. Als ze doorloopt, praat ik geregeld enthousiast tegen haar, een glimlach om mijn lippen. Wat is het toch heerlijk zo bewust met haar samen te werken.
 
Dan besef ik dat zij niet de enige was die er onge├»nteresseerd bij liep. Ik kon de weg inmiddels dromen en mijn gedachten dwaalden alle kanten op. Geen wonder dat Wilka geen haast had; de route had voor haar net zo min verrassingen. En waarom zou je harder lopen als je zo’n stuk versuft mens aan je beugel meevoert? Ik weet het weer: als ik vlot over straat wil, vereist dat een actieve houding. Alert zijn, reageren op iedere beweging, aansturen, vertrouwen. Pas dan ontstaat een soepele eenheid. Wanneer dat gebeurt, voel ik geregeld eerst wat mijn lichaam doet – opzij stappen, ineens stilstaan – voordat ik bewust opmerk wat Wilka me vertelt. Op die manier wordt de saaiste route leuk.
 
Nu ik er weer volledig bij ben, is Wilka dat ook. Terwijl ik haar de hemel in prijs omdat ze door een rechte, obstakelvrije gang loopt, realiseer ik me dat ik er lol in heb. Hoezo saaie gang? Onze interactie is elke keer anders. En wat moet ze eigenlijk veel doen! Deuren zoeken, opstapjes en hellingen aangeven, obstakels vermijden. Dat is niet niks, al doet ze het tig keer per dag. Haar hervonden concentratie gaat via de beugel op mij over. Ik voel hoe ze ruim van tevoren soepele bochten inzet om het meest ideale pad te kiezen. Hoe ze met haar neus recht naar voren langs tegenliggers snelt, in plaats van alle tijd te hebben deze afleiding aan te grijpen en hen eens goed te besnuffelen.
 
Natuurlijk, haar staakgedrag is niet volledig over. Het is aan mij de puntjes op de i te blijven zetten en te zorgen dat ze lol houdt in haar werk. Moe van een werkdag of lopend in een stortbui zal ik daar echt niet altijd zin in hebben. Maar wat is het een dankbare taak.
 
Eerst mijn frustratie en lichte teleurstelling van me afschudden, dan overgaan tot actie. Misschien komt het door mijn vakgebied, maar wat is het fascinerend te zien hoeveel effect mijn eigen gedrag en houding hebben op een ander en diens werk. Een hond is een kristalheldere spiegel: wat ik uitzend, krijg ik genadeloos terug. Je zou denken dat Freaser mij die les goed had geleerd. Wilka vond duidelijk dat ik toe was aan een opfriscursus.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten