maandag 9 februari 2015

Piepend de mist in


Het is harig, heeft vier poten en een lange staart en het piept. Ra ra ra, wat is dat? Nee, het is geen muis. Als ik met een muis van dat formaat zou komen aanzetten, zou ik binnen de kortste keren een gehoorapparaat nodig hebben vanwege al het gegil op straat. Al zou een blindengeleidemuis misschien wel een einde maken aan al die soms leuke, soms minder gewenste vertederde reacties. Nee, deze harige pieperd gaat door het leven met de naam Wilka.
 
Piepen. In de afgelopen jaren hebben mijn honden me aangeleerd dat dat geluid een staat van opperste paraatheid vereist. Ja, het Pavloveffect werkt ook prima andersom. Dus toen Wilka zaterdagochtend piepend voor mijn slaapkamerdeur rondhing, was de keus om mijn nog zo heerlijk warme bedje te verlaten snel gemaakt. Kort daarna stond ik nog half versuft buiten met een hond die blij haar behoefte deed, maar vooral zin leek te hebben in een wandelingetje en een flinke knuffel bij thuiskomst. Bedankt Wilka, ook goedemorgen.
 
Tijdens onze training op de geleidehondenschool liet ik Wilka rond kwart over zeven uit. Die routine leek haar wel te bevallen, want zo rond half acht vond ze het de afgelopen dagen wel tijd voor actie. De eerste dagen reageerde ik door mijn bed uit te komen en haar uit te laten, maar langzaam maar zeker nam ik eerst steeds meer tijd voor mezelf. Hier legde ze zich letterlijk en figuurlijk zonder veel moeite bij neer. Dus toen ze op een voor mij bekende manier alarm leek te slaan, was ik meteen klaarwakker. Gepiep, actie!
 
Gedurende de afgelopen dagen begon Wilka echter steeds vaker dit zachte geluidje te produceren. Als ze een speeltje op mijn schoot duwde en ik niet meteen reageerde. Als ik in de badkamer verdween en ze me niet meer zag. Als ze vol verwachting bij me kwam voor een knuffel. Heel schattig natuurlijk, maar ik was toch echt niet van plan aan elke piep gehoor te geven. En dus verzwakte al snel het effect van dit signaal, vast tot teleurstelling van Wilka.
 
Zondagochtend kreeg ik gelijk: zo dringend was het piepalarm niet. Rond half acht stond ze daar weer. Ik verroerde me niet. Het is weekend Wilka, tijd om uit te slapen. En na korte tijd draaide ze zich om en kroop ze weer op haar kussen. Missie geslaagd, dacht ik tevreden, en draaide me nog eens om.
 
En toen was het maandagochtend en werd ik opnieuw wakker van tikkende nageltjes en klaaglijk gepiep. Opnieuw bleef ik liggen, ook al was het bijna tijd om op te staan. Even het patroon doorbreken en dan beginnen aan de dag. Simpel. Lang hield ze het niet vol, maar wel langer dan de dag ervoor. Net toen dat door mijn hoofd schoot en de eerste twijfel aan me begon te knagen, hoorde ik hoe ze met haar achterpoot over de vloer krabde. Shit! Dat krabben kende ik. Ik vloog mijn bed uit en mijn neus bevestigde al snel mijn eerdere gedachte: shit. Niet handig, zo’n universeel alarm. Hopelijk leert Wilka snel om verschillende standen te gebruiken, bedacht ik toen ik op zoek ging naar de keutels. Helaas zijn ook deze een stukje groter dan die van een muis.
 
Zo de mist in gaan was inmiddels al niet nieuw meer. Ook Freaser en Loni hebben me zeker de eerste tijd regelmatig voor een raadsel gezet of me compleet verward met hun gedrag. En hoe vertrouwt het met Wilka ook voelt, ook zij slaagt hier zonder al te veel moeite in. Zaterdag ging ik uit eten in de stad. Aan het eind van de middag liet ik Wilka uit en deed ik haar het tuig om. “Vooraan,” zei ik opgewekt, me al verheugend op een gezellige avond en een lekkere maaltijd. En Wilka zette er lekker de pas in. Om een paar stappen later abrupt tot stilstand te komen. Met de nadruk op ‘stilstand’. Dit keer studeerde ze niet voor muis, maar voor standbeeld. Ik stak mijn stok voor me uit, maar trof niets aan. Ook hoorde ik niets. Ze vertikte het echter om nog één stap te zetten. Zelfs haar kop bewoog amper. Zou ze dan toch wat zien? Ik besloot op onderzoek uit te gaan, want inmiddels was ik ontzettend nieuwsgierig naar wat zo haar aandacht leek te hebben. Maar toen ik haar even aan de riem mee wilde nemen om mijn honger naar een antwoord te stillen, merkte ik dat de omschrijving ‘standbeeld’ perfect klopte. Na nog wat verwonderde momenten en inspectie besloot ik dat er toch echt niks aan de hand was – niet met de omgeving en niet met Wilka. Ik pakte opnieuw de beugel en zei haar te gaan lopen. Dit deed ze, maar absoluut niet van harte. Toen ik haar de vrije hand gaf, draaide ze zich ineens vol overtuiging 180 graden om en liep ze weer alsof er niks aan de hand was. Of beter gezegd, alsof ze een trein moest halen. Ze liep weer, maar dan wel de verkeerde kant op. Naar huis. En opeens viel het kwartje. Ook zij verheugde zich op een heerlijk diner. Dat het veel vroeger was dan haar gebruikelijke etenstijd leek haar niet te interesseren, ze werd toch immers al weer uitgelaten? En ergens na de derde uitlaatbeurt verschijnt altijd een bak met lekkers. Ik liet haar keren en spoorde haar aan toch echt naar de bushalte te lopen. Ondertussen vroeg ik me af wanneer Freaser de tijd had gehad om haar de kneepjes van het misleiden toe te fluisteren. Een paar keer probeerde ze nog roet in mijn eten te gooien door afslagen te negeren, maar dit gaf ze vrij snel op. Weer vrolijk en serieus bracht ze me naar het restaurant, waar ze totaal geen aandacht had voor mijn heerlijke diner. En toen we een paar uur later thuiskwamen, was meteen eten niet eens meer zo belangrijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen