vrijdag 18 september 2015

Vertrouwen op een gestoorde kleuter


Voorzichtig zoeken mijn stok en schoenen de ondergrond af. Bladeren, stokjes, takken. Ik zet nog een paar stappen, maar sta weer stil als de takken me in het gezicht slaan. Ik draai me om en probeer een andere richting. Een boomstam blokkeert mijn weg. Zoekend tuur ik om me heen, maar ik zie slechts schaduwen. Shit.
 
Toen ik Wilka net ontmoette en nog maar kort met haar werkte, fluisterde ik soms dat ze wel wat saai was. Ik was Freaser gewend, een hond met een duidelijke mening en een hond met humor. Na een paar keer dezelfde route te hebben gelopen, had hij het wel gezien. Kwam er geen verandering, dan zorgde hij daar zelf wel voor. Hij vertikte het verder te lopen, probeerde uit alle macht een andere kant op te gaan, ‘vergat’ gelijkvloerse stoepjes aan te geven en ga zo maar door. Hij was zeer goed in protesteren en staken. Ook had hij een uitgesproken gevoel voor humor. Ik moet nog steeds lachen om de keer dat ik ineens warme lucht voelde en een duidelijke geur mijn neus binnendrong: ik lette even niet op en hij had me in de deuropening van de dierenwinkel geparkeerd. Het mooiste van alles: hij wist me soms het bloed onder de nagels vandaan te halen, maar alleen op bekend terrein.
 
Wilka daarentegen doet haar werk super braaf. Als ze haar tuig niet draagt kan ze gigantisch koppig zijn, maar in haar werk heeft ze een enorm plichtsbesef. Ze laat soms even weten dat ze eigenlijk een andere bestemming in gedachten heeft, maar na een iets strenger woord van mij loopt ze net zo vrolijk de gewenste kant op. Echt staken heeft zij nog maar één keer gedaan. Werken op nieuw terrein vindt ze prachtig, maar ook op slaapverwekkende routes blijft ze netjes en alert. Fijn en geruststellend, maar ook jammer. Net als Freaser houd ik niet van saai.
 
De laatste tijd wordt Wilka echter steeds losser. Het was al een open hondje, maar ik krijg toch het idee dat ze nog een deel van zichzelf verborgen houdt. En ik ben er heilig van overtuigd dat Freaser haar tips geeft. Het begon met langzaam lopen op de terugweg van het bos. Na een poging of drie om stil te gaan staan, waarop ik haast intuïtief reageerde omdat dit me zo bekend voorkwam, zette ze er alweer flink de pas in en snelden we naar huis. Dit geintje verloor na een paar keer haar interesse en ze hield het nooit langer dan een paar minuten vol. Eitje, want Freaser sjokte en staakte met gemak een route van twintig minuten lang. Maar Wilka was niet klaar. Netjes met de voorpootjes op een stoeprand staan om deze aan te geven is leuk, maar er een meter voor blijven staan kan toch ook? Ook dit was snel weer over, maar ze lijkt de smaak te pakken te hebben.
 
Toch was klieren onder werktijd voor Freaser een stuk makkelijker. Hij was in zijn geintjes (tot nu toe) niet alleen een stuk volhardender, hij had ook echt lol om wat hij deed. Als hij tegen mijn wens in een trap op het perron voorbij was gelopen, liep hij te kwispelen van plezier. En wie beweert dat een hond geen leedvermaak begrijpt, moet eens naar Freaser kijken als ik Wilka op haar kop geef. Leven in de brouwerij brengen, ook zonder verder doel, dat kan hij wel. Wilka moet die humor nog leren. Haar werk lijkt heilig voor haar. Koppig zijn, zeuren en mokken (wat ze alle drie heel goed kan) doet ze toch nog vooral in haar vrije tijd.
 
De uitdagingen buiten haar werk om begonnen dan ook al eerder. Toen ik Wilka voor het eerst uit het water liet apporteren, werd ze zo hyper dat er geen land met haar te bezeilen was. Ze deed alles: rondjes rennen, het apport doodschudden, rollen door het gras, gaan liggen. Alles, behalve het apport netjes afgeven. Ik ontdekte al snel dat ik haar het best kon laten uitrazen en haar roepen als ze stilviel. Ik vermoed dat ze me dan ook stond aan te kijken. Twee weken later apporteerde ze als de beste. Tot deze week. Momenteel ben ik druk aan het uitproberen welke methode werkt om haar meteen bij me te krijgen, in plaats van dat ze als een malle met haar apport aan de haal gaat. Heerlijk.
 
Allemaal leuk en aardig, maar nu sta ik middenin het bos. Ik snap niet waarom ik in de fout ben gegaan, want dit rondje loop ik al een paar maanden. En welke kant ik fout ben gegaan, weet ik al helemaal niet. Mijn stok glijdt naar beneden en ik voel iets dat op een droge sloot lijkt. Zou ik dan aan de verkeerde kant zijn beland? Maar nee, na wat klauterwerk tref ik nog steeds geen pad. Wilka stuitert inmiddels als een op hol geslagen peuter om me heen. Zij heeft de grootste lol dat ik nu een keer met haar het bos in duik. Ze zigzagt op een bizar tempo tussen de bomen door, grijpt en gooit stokjes en heeft de tijd van haar leven. Haar baldadige bui, die al tijdens het apporteren begon, is nog lang niet over. Op de weg van het water naar deze plek – waar die dan ook zijn moge – was ze ook al goed op dreef. Ze had een stok en vertikte deze achter te laten. Ze kwam met enige moeite wel als ik riep, maar hoe ver ik haar ook meenam, ze stoof terug voor die stok. Te laat besefte ik dat ik de strijd niet had moeten aangaan. Maar nu ik die fout had gemaakt, zou ik hem winnen ook. Zo hond, zo baas, nietwaar? Uiteindelijk kreeg ik haar zover dat ze voor me uit bleef lopen en op een gegeven moment waren de nieuwe geurtjes toch leuker dan teruggaan voor die stok. Maar toen was ineens het pad weg.
 
Ik laat Wilka’s tuig van mijn schouder glijden en roep haar. Ze komt zonder aarzelen. Ik mag haar zelfs meteen intuigen – een stapje achteruit doen op het moment dat ik haar wil intuigen in het bos is ook zo’n recent pleziertje. Ik zeg haar te gaan lopen, zonder dat ik weet welke kant we op moeten. Normaal gesproken zou ze me al nooit tussen zulke dichte begroeiing leiden. Maar ze zet er zonder aarzelen de pas in. Ze gaat vol in de remmen voor de sloot, maar klimt die dan toch voorzichtig met me door. Zij kent het doel en dat ze daarvoor dingen moet doen die ze anders niet mag, lijkt ze nog te snappen ook. Vakkundig manoeuvreert ze me tussen bomen en takken door. Het is dat ik al die takken de heenweg al geraakt heb, anders had ik niet geweten wat een knap staaltje werk ze nu levert. En nog op haar gebruikelijke kordate tempo ook. Ineens is mijn situatie niet alleen meer grappig, maar ook gaaf. Wilka, redder in nood, kijk haar eens gaan.
 
Even later voel ik stevigere grond onder mijn voeten en hoor ik dat het weer opener is. Een pad! Ze draait het pad op en staat dan uit zichzelf stil. Verwachtingsvol draait ze haar kop naar me toe. Ik geef haar een bewonderende knuffel en maak haar tuig los. Ze stuift er onmiddellijk vandoor. Weg volwassen geleidehond, welkom terug gestoorde kleuter.
 
Terwijl ik de rest van onze wandeling mijn eigen weg weer vind, verwonder ik me over hoe snel Wilka kan schakelen. Ze schakelt snel in alles. Tussen werken en rennen, tussen moe zijn en per se willen spelen, tussen iets spannend vinden en het loslaten alsof er niks aan de hand was (zoals na het vliegen). Ik kan er vandaag alleen maar respect voor hebben. Wilka en Freaser delen dus nog iets: hoe vervelend ze ook kunnen zijn, als het er echt op aankomt, kan ik op ze rekenen. En ik heb zo’n vaag vermoeden dat ik ook met deze junior pestkop nog heel wat te stellen zal krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen