woensdag 7 februari 2018

Aan het werk

De tonen van het bekende melodietje verbreken gedecideerd de stilte. Mijn hand schiet onder de dekens vandaan. Uit met dat ding, het is vroeg! Maar ik weet meteen welke dag het is en ben klaarwakker. Even later controleer ik mijn tas. Kleed voor Wilka, telefoon, lunch? Schat ik mijn reistijd goed in? Vandaag is mijn eerste werkdag en is werkelijk alles nieuw. En dus valt er een hele hoop te leren.

 
Details
Dat leren begint voor mij al met de route. De weg naar het gebouw loop ik na de eerste keer zonder navigatie. Nee, dat is het punt niet. De uitdaging begint wanneer ik de deuren van het Huis der Provincie binnenstap. Het gebouw is oud, het is nieuw, het is vast mooi. Het is ook ingewikkeld. Door de open indeling kan ik niet voldoende terugvallen op echolocatie (lees in deze blog wat weerkaatsing van geluid me vertelt). Gelukkig is daar een creatieve collega, die me meteen op de verschillende vloeroppervlakken wijst. Op de vloerbedekking naar links, op het hout naar rechts. Herhalen, stampen. Letten op details waarvan ik weet dat ik ze niet meer nodig heb als ik het grotere plaatje eenmaal snap.
 
Hoewel ik alles het liefst in een keer onthoud, ondervind ik ook dat het nuttig is daar niet altijd in te slagen. Als de route enigszins in mijn hoofd zit, lopen Wilka en ik voor mijn collega uit en krijg ik een seintje wanneer ik een verkeerde richting kies. Zo leer ik de context; de volgende keer weet ik wat ik hoor en onder mijn voeten voel als ik weer afdwaal.
 
Het kost me een hoofd dat te vol voelt door al die informatie, maar wat is het fijn om op dag 2 zelf mijn bureau te vinden. Dankzij die basis accepteer ik sneller dat ik de rest van het pand nog absoluut niet doorgrond. Onderweg zoekende collega's treffen en horen hoe mensen die ik om een richting vraag meteen anderen inschakelen, helpen natuurlijk ook.
 
GĂȘnant
Ik krijg te horen dat het prettig is dat ik aangeef wat ik nodig heb. Het inzicht dat openheid het voor alle partijen makkelijker maakt, leerde ik met vallen en opstaan. Wat ben ik mijn eerdere werkplekken dankbaar voor die les. Ik weet nog goed hoe naar ik het vond dat ik na een paar weken nog niet alle collega’s aan hun stem herkende. Toegeven dat ik niet zeker wist met wie ik sprak, vond ik gĂȘnant. Toen uiteindelijk de aap uit de mouw kwam, kreeg ik echter alleen begrip. Nu vertel ik zonder aarzelen dat het zomaar kan gebeuren dat ik iemand later op de gang tegenkom en niet weet wie het is. Dat ze dit ook hier logisch vinden, vermindert mijn ongemak om naar een naam te vragen. En helemaal ideaal: sommigen melden bij een volgende begroeting meteen wie ze zijn.
 
Onzin
Openheid werkt pas echt als die van twee kanten komt. Collega’s geven eerlijk aan dat ze geen ervaring hebben met blinden of geleidehonden. Niks mis mee uiteraard. Sterker nog, de goede communicatie neemt drempels weg nog voor ze verschijnen. Tien keer liever een vraag als “Wil je dat ik meeloop?” of “Hoe kan ik helpen?” dan dat er van alles voor mij wordt ingevuld. Aannames waartegen ik vervolgens moet vechten. Dat ze niet weten hoe ze mij moeten helpen is wat mij betreft dan ook grote onzin. Er ontstaat haast vanzelf een prettige balans tussen mij net als iedereen mijn ding laten doen en waar nodig een helpende hand uitsteken. Zo is er niemand die me terugfluit als ik met een volle kop thee loop, maar wordt me wel meteen gevraagd of ik hulp nodig heb wanneer mijn hand tevergeefs heen en weer glijdt op zoek naar de theezakjes.
 
Nieuwe inzichten
De overstap naar zo’n grote organisatie is even wennen. De eerste keer dat ik op jacht ga naar een vers kopje thee, besluit ik dat het handig is mijn handen vrij te hebben. Een logische gedachtegang. Totdat ik de automaat mis, iemand vraag waar dat ding is en een niet-begrijpend “Die is daar” als antwoord krijg. Oh ja, dit is geen kantoor met twintig werknemers, waar iedereen binnen een paar uur weet wie ik ben. De keer erna bungelt mijn herkenningsstok dus netjes aan mijn arm.
 
Een paar slechte ogen op de werkvloer zet ook anderen aan tot nieuwe inzichten. Dat een koffie-automaat met touchscreen niet handig is als je niet ziet, bijvoorbeeld. Gelukkig voor mij zit de optie voor thee in de hoek, waardoor ik hem op de tast kan vinden. Collega’s met andere drankwensen mogen zelf lopen. Prima excuus, nietwaar? 
 
Grenzen verkennen
Wilka bewijst wederom dat ze is uitgegroeid tot een volwassen, stabiele en ervaren geleidehond. Vanaf de eerste dag ligt ze ontspannen op haar kleedje naast mijn bureau. Ze is nieuwsgierig naar wat er om haar heen gebeurt, krijgt een hoop indrukken te verwerken, maar blijft rotsvast aan mijn zijde. Ze neemt haar werk uiterst serieus. Wel moet ze er het nut van inzien. De derde keer dat we de route naar mijn werkplek oefenen is ze het zat. Ze gaat steeds langzamer lopen, tot ze uiteindelijk stil blijft staan. Ze klaagt niet snel onder werktijd, maar als ze het doet, is haar stille protest luid en duidelijk.
 
De tweede week is ze nog meer op haar gemak. Af en toe staat ze op en loopt ze zachtjes weg, wachtend op het moment dat ik haar terugroep. Letterlijk haar grenzen verkennen, dus. Op enthousiaste uitroepen en gelach afstuiven, zoals ze twee jaar geleden deed, is er echter niet meer bij. Het blijft bijzonder hoe ze nieuwe situaties en eerdere lessen feilloos weet te koppelen. Het geluid van kabels die uit een laptop worden getrokken kent ze nog maar al te goed: kantoordag voorbij, tijd voor actie!
 
Stinkplek
Al snel heeft Wilka de reputatie een rustige hond te zijn. Er wordt soms zelfs vergeten dat ze er is. Toch blijft ze ook mijn energieke kleuter en alle veranderingen gaan haar niet in de koude kleren zitten. Collega’s zien niet dat ze bij thuiskomst de kamer in schiet om met een speeltje in haar bek een paar ererondjes te stuiteren. Of dat ze in het bos net zo lang racet, rolt en plonst tot ze al het spannende ver achter zich heeft gelaten. De stinkplek in haar vacht, omdat ze door al die energie in haar lijf de rottende planten niet kon weerstaan, neem ik met gemak voor lief. Deze weken ben ik alleen maar trots.
 
Inmiddels hoef ik geen treintijden meer te checken, kijk ik op de plattegrond in mijn hoofd welke kant ik op moet voor de trap naar de stationshal en weet ik hoe ik Wilka kan ondersteunen als we het plein oversteken – iets waar geen commando voor is. Best bizar hoeveel je in twee weken kan leren. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het werk zelf. Waar zal dit avontuur me brengen?

3 opmerkingen:

  1. Anne van der Heijden9 februari 2018 om 12:26

    Wat heb je dit mooi geschreven! Ik vind het ontzettend leuk om je als collega te hebben en hoop dat je nog heel veel mooie avonturen mag gaan beleven met Wilka. Geef haar maar een extra dikke knuffel voor al haar goede werk, jullie zijn allebei toppers!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Wat leuk dat je ons een kijkje in jouw wereld geeft. En super knap dat je al zo snel door had hoe het gebouw in elkaar steekt. Ik moet bekennen dat dat bij mij heel wat langer heeft geduurd. Veel succes met deze klus en liefs voor Wilka (wat is het toch gezellig om een hond op de werkvloer te hebben)

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mooi geschreven weer, Doreen! Interessant om te lezen hoe je zo'n eerste dag beleeft (en natuurlijk ook de tijd daarna). Volgens mij zit je goed op je plek, zoals laatst ook al bleek toen ik je IRL sprak! Tot snel weer :)

    BeantwoordenVerwijderen