dinsdag 31 maart 2015

Wilka werkt


“Hoe weet je hond de weg?” Niet, ze heet Wilka, geen TomTom. Dat is nog wel uit te leggen. Het lijkt misschien paradoxaal dat ik dan toch, net als ieder ander, naar onbekende plekken reis. Hoe dat dan werkt? Nou, zo.
 
“Het volgende station is Utrecht Centraal.” Ik stop mijn spullen weg, pak Wilka’s tuig en vraag Wilka toch nog even weer voor ons bankje te komen staan. Zij stond inmiddels al enthousiast in het gangpad, te ver weg om het tuig over haar kop te krijgen en eigenlijk te ongeduldig om daarvoor terug te komen. Inmiddels zijn we al zo’n anderhalf uur onderweg, een reis waarvan zij het grootste deel van de tijd moest liggen. Een lastige opgave voor zo’n jonge hond, helemaal omdat ze nog niet heeft losgelopen. En dat heeft ze me onderweg dan ook even laten weten. Wat zij niet weet, is dat ze de hele middag met hondenvriendjes op pad mag. Maar voor dat feest begint, is daar eerst Utrecht Centraal.
 
Beheerst stapt Wilka met mij de trein uit. Tuig aan, knopje om: werk aan de winkel. Even blijf ik staan, luisterend welke kant de meeste mensen op lopen. De afgelopen jaren heb ik dit drukke en voor mij nog steeds onoverzichtelijke station een aantal keer doorkruist en ik denk de bussen dan ook wel te kunnen vinden. Veel meer dan een globaal idee van de route is het niet, maar ik heb een kwartier de tijd en een ontspannen hond aan mijn zijde. Moet kunnen. Boven aan de trap moet ik linksaf, weet ik. Maar dan moet ik die trap eerst wel vinden en welke kant is die op?
 
“Zoek trap,” verzoek ik Wilka en ze zet er resoluut de pas in. Al snel merk ik echter dat die trap ook voor haar nog onzichtbaar moet zijn. Ze trekt me naar rechts en ik ontdek dat ze me voor de lift heeft geparkeerd. Tja, als je niet kunt vinden wat je zoekt, dan maar wat anders aanbieden. Slim, begrijpelijk, maar niet handig. Want hoe moet ik mijn route oppakken als ik de lift uit kom? En dus vraag ik Wilka door te lopen en toch echt die trap te zoeken. Ze wil dolgraag gehoorzamen, maar er verschijnt geen trap. Wel ziet ze een roltrap en ik merk haar tweestrijd. Ze wil mijn commando zo snel mogelijk opvolgen, maar weet ook heel goed dat de roltrap verboden terrein is. Veel te gevaarlijk voor kwetsbare hondennagels. En dus blijft ze van een afstandje toekijken hoe de meeste passagiers wel via die verboden trap naar boven verdwijnen. Nog een paar keer omkijkend loopt ze toch maar door. Zo lopen we zoekend over het perron, ondertussen zigzaggend om allerlei obstakels heen. Een paar keer trekt ze me naar het midden van het perron, om te kijken of de trap daar is verstopt, maar geen succes. Net als ik denk dat we toch echt te ver moeten zijn gelopen, draait Wilka zich om. Prima, denk ik, we lopen wel terug en dan vraag ik wel iemand om de juiste richting. En dus laat ik haar haar gang gaan. Maar Wilka aarzelt. Ik spoor haar aan; ook al heb ik niet gezegd dat ze terug mag, ik vind het een prima idee. Misschien heeft ze zelf ook wel bedacht dat er verderop geen trap meer kan zijn. Ze doet nog een paar stapjes en dan voel ik hoe haar schouders omhoog komen en ze blijft staan. Pas dan weet ik wat ze wil. Ze wilde helemaal niet terug. Het is haar gelukt, ze staat met haar voorpootjes op de eerste trede van de trap. Een trap die, nu ik weet waar hij zich ten opzichte van ons bevindt, het grootste deel van de tijd inderdaad niet binnen haar gezichtsveld lag. Maar in plaats van enthousiast naar de trap te trekken toen ze hem uiteindelijk zag, aarzelde ze. Lift was niet goed genoeg, roltrap was een dilemma, is het dit dan wel?
 
Na een knuffel van mij is haar twijfel echter al snel verdwenen. Gelijk krijgen is blijkbaar ook voor honden motiverend. Vlot lopen we de trap op, waarna ik haar vraag linksaf te slaan in de hal. Dit doet ze zonder aarzelen. Wel is ze wat onder de indruk van al het nieuws en blijft ze strak aan de linkerkant lopen. Niet heel handig, aangezien we zo wel erg veel mensen tegenkomen, maar wel een trek die ik van Wilka herken. Ik geef haar die vrijheid. Ik ken de situatie niet goed genoeg om me met haar werk te bemoeien. Een les die haar voorgangers me keer op keer hebben geleerd en waar Wilka nu de vruchten van plukt. En wat is het dan gaaf om te merken hoe Wilka groeit van haar eigen succes en mijn vertrouwen. Ze ontwijkt alle mensen en al snel kiest ze ervoor om verder naar het midden te gaan lopen, waar ze meer ruimte heeft. Ze houdt er flink de pas in, maar maakt duidelijk voelbare bochtjes en ik raak niemand. Wat mij betreft had het er net zo goed uitgestorven kunnen zijn, zo ontspannen laat ik me leiden. Dit is Utrecht Centraal, druk, groot, onbekend. Maar Wilka loopt er alsof ze nooit anders heeft gedaan en neemt vol vertrouwen het voortouw.
 
Ik geniet niet alleen van haar kunnen, maar ook van onze samenwerking. Als ik de bekende piepjes van de OV-palen hoor, vraag ik haar er eentje aan te wijzen. Zo heeft ze meteen een doel om naartoe te lopen. Dit doet ze, ik check uit en we vervolgen onze weg. Als ik denk dat we bijna op het punt zijn aangekomen waar we af moeten slaan, geef ik haar het commando die kant op te gaan. Even later maakt ze inderdaad een bocht naar links. Maar is dit ook de goede afslag? Voordat ik echt kan gaan twijfelen, dringt een bijzondere lucht mijn neus binnen, mogelijk afkomstig van de vloer. Grijnzend bedenk ik dat die geur de meeste mensen waarschijnlijk niet eens opvalt, terwijl ik nu zeker weet waar we zijn. Gang met de rare lucht, check. Oké, dan moeten we nu dus weer een trap af. En ook deze vindt Wilka voor me.
 
Wilka is dolblij wanneer ze met de andere honden mag spelen. Ze rent, stoeit en is duidelijk in haar element. Van de geconcentreerde, kalme geleidehond is weinig over. Ze lijkt eerder op een uit de kluiten gewassen puppy. Maar wanneer het tuig weer om gaat en we samen met een van de honden en diens bazin naar het station lopen, gaat de knop zonder enige moeite weer om. Prima dat die hond erbij loopt, maar Wilka werkt. Voor spelen is geen tijd. Ze houdt in voor een zijstraat, maar wil eigenlijk onze metgezellen achterna en staat op het punt ongevraagd de straat op te lopen. Snel vertel ik haar hoe knap ze is, wat duidelijk effect heeft. En knap is ze. Steeds zekerder blijft ze voor zijstraten staan, terwijl het andere duo doorloopt. Ze trekt meer en meer haar eigen plan, ook al weten wij allebei de weg niet en volgt ze daarom de anderen.
 
Terug in de trein ligt ze duidelijk een stuk rustiger dan de heenweg, moe van het werk en het spel. Terwijl het landschap aan ons voorbij trekt, besef ik ineens dat het vandaag precies twee maanden geleden is dat Wilka mee naar huis kwam. Deze gedachte voelt als de spreekwoordelijke kers op de taart. Want dat het na twee maanden al zo vanzelfsprekend en vertrouwt voelt, is en blijft voor mij bijzonder. En als we na twee maanden Utrecht CS al zonder gedoe bedwingen, wat zullen we dan de komende jaren allemaal eens gaan doen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen