woensdag 6 mei 2015

Dag 101


De wekker gaat. Ik sta op, maak me klaar voor de dag, laat Wilka uit en geef haar eten. In alle opzichten een heel normale dag, maar voor mij voelt hij speciaal. Vandaag is dag 101 met Wilka. En hoewel 101 ook gewoon een leuk getal is, is dat niet de reden dat ik waarde aan dit nummer hecht. De vorige dag 101 viel ook op een woensdag, 29 oktober 2014. Dat was dag 101 met Loni en tevens de laatste dag van onze samenwerking. Een dag die ik niet snel zal vergeten. Maar ondanks dat het weer een woensdag is, lijken daar de overeenkomsten ook op te houden. Deze dag 101 lijkt een hele normale, haast saaie dag te worden. En wat kan dat soms fijn zijn!
 
Terwijl ik dit schrijf, ligt Wilka aan mijn voeten onder de tafel. In mijn beleving een typisch Loni-plekje: zij lag het liefst ergens in een hoekje of gaatje. Wilka daarentegen lag de eerste tijd juist midden in de kamer. De laatste tijd ben ik haar echter steeds vaker kwijt in huis. Dan blijkt dat ze weer een nieuw hoekje ontdekt heeft waar ze lekker kan liggen. ’s Avonds ligt ze, net als Loni vorig jaar, vaak languit met haar rug tegen de bank aan, het liefst in contact met mijn been of voet. In 101 dagen heb ik Wilka al aardig leren kennen, al is onze ontdekkingstocht nog lang niet klaar en eindigt deze ook misschien pas met haar pensioen. Tijdens mijn instructie bij KNGF Geleidehonden omschreef ik Wilka als een mix van Freaser en Loni. Ze toont haar karakter steeds meer aan me en is in mijn hoofd al lang een uniek levend wezen. Toch zie ik naarmate de tijd verstrijkt juist meer overeenkomsten tussen haar en haar voorgangers, in plaats van minder.
 
Wilka heeft niet alleen een geheim lijntje met Loni, die ze nog nooit heeft ontmoet; ze wordt ook overduidelijk geïnstrueerd door Freaser. Ze stopt haar kop graag op dezelfde manier tussen mijn benen, houdt van pootjes geven (al geeft zij er dan twee tegelijk) en ook tijdens spel merk ik steeds vaker dat ik hetzelfde reageer als op Freaser en dat Wilka dan op haar beurt weer dezelfde reactie geeft. Happen naar mijn handen als ze op haar rug ligt te kronkelen, bijvoorbeeld. Al wil zij mijn hand dan ook graag vasthouden, wat ze heel zachtjes kan, terwijl voor Freaser de lol er af was als hij mijn hand mocht hebben. Freaser en Wilka kunnen heerlijk spelen samen en Freaser heeft dan alle tijd haar in te fluisteren hoe ze mij moet irriteren, want Freaser wist in de jaren dat hij mijn geleidehond was maar al te goed wat mijn zwakke kanten waren. Helaas voor Wilka heb ik in die tijd ook steeds beter geleerd hoe ik met Freasers buien om moest gaan.
 
Wilka heeft sinds een paar weken bedacht dat ze niet naar de bushalte wil die buiten de wijk ligt, maar naar de halte vlakbij huis. Ze wil dan ook rechtdoor lopen, in plaats van mijn commando op te volgen rechtsaf te gaan. Ze volgt Freasers instructies precies op en zet er, als we ter hoogte van de afslag zijn, ineens flink de pas in. Dit signaal ken ik maar al te goed en ik ben dan ook meteen alert en zeg haar streng rechtsaf te slaan, wat ze na een hele korte aarzeling ook braaf doet. Als ze in haar normale tempo door was gelopen, had ik de afslag misschien gemist, maar ineens hard trekken is een ontzettend vertrouwd signaal geworden. Freaser paste dit te pas en te onpas toe als hij het niet met me eens was over de te kiezen route en bijvoorbeeld naar het bos of de dierenwinkel wilde. Een eitje dus, dat Wilka dezelfde tactiek gebruikt. Helemaal omdat zij, als ze eenmaal de afslag genomen heeft, weer net zo vrolijk en vlot de juiste route vervolgt. Dat is een heel verschil met een hond die gerust de rest van de route kon blijven mokken. Freaser heeft haar dus nog heel wat te leren als het op aandringen aankomt.
 
Maar Freaser leert haar ook steeds meer, dus misschien staat mij nog wel heel wat te wachten. Net als Freaser lijkt Wilka eerst de kat uit de boom te kijken, voor ze echt gaat proberen wat ze bij me voor elkaar kan krijgen. Samen met een vriendin liepen we vanuit het bos naar huis. Ik had haar net verteld dat ik zo blij was dat Wilka ook naar huis altijd lekker doorliep, toen ze besloot haar nieuwste les in de praktijk te brengen. Haar tempo nam steeds verder af, tot ze geheel stil bleef staan. En oh, wat was ook dat herkenbaar. Freaser kon ik soms op weg naar het bos bijna niet houden, maar weer naar huis lopen kon heel wat ergernissen opleveren. Ik had behoorlijk wat geduld en koppigheid nodig om van hem te winnen en hem te laten zien dat langzaam lopen en stilstaan hem echt niks op zouden leveren. Het heeft aardig wat tijd en frustratie gekost voor ik zelf leerde wat wel en niet werkte en hoe ik zelf rustig en kalm kon blijven. Nu Wilka hetzelfde gedrag liet zien, reageerde ik haast op de automatische piloot en gelukkig voor mij blijkt zij gevoelig voor dezelfde reacties. Anders was het nog een hele puzzel geworden. Nu had ik Wilka al snel weer aan het lopen. Beter nog, na nog een paar pogingen zette ze er weer flink de pas in en liep ze de rest van de route blij naar huis. Doordat ze ineens zo op Freaser leek, was ik haast verrast over hoe snel ze het opgaf: de route waarop Freaser zo kon klieren was twintig minuten, maar dat hield hij zonder moeite vol.
 
Wilka is altijd blij en vindt alles leuk. Dit is ook wat ik van veel mensen op straat te horen krijg. Zij lijkt geen chagrijnige of onwillige buien te hebben, zoals ik die wel van Freaser heb leren kennen. Die kon sommige momenten echt geen zin hebben, of een week lang bezig zijn zijn grenzen op te zoeken. Wilka had mij het idee gegeven dat zij niet wist wat nukkig zijn was, maar inmiddels weet ik beter. Ze doet het niet vaak, maar áls ze het echt niet met me eens is, zal ik het weten ook. En dan lijkt ze ineens nog standvastiger dan Freaser. Ik heb al eerder geschreven over haar koppigheid en dat is niet de enige keer dat ze me op zo’n manier op de proef stelde. Maar die koppigheid bleef dan gerelateerd aan de situatie of het voorwerp in kwestie en beïnvloedde verder niet haar gedrag naar mij toe. Maar blijkbaar is een stoel een reden om dit patroon te doorbreken.
 
Voor ik naar bed ga, laat ik Wilka altijd nog een keer uit. Dat we een ‘slaap lekker-ritueel’ hadden ontwikkeld, had Wilka eerder in de gaten dan ik. Toen ze een tijdje hier was en ik haar had uitgelaten, liep ze de kamer in en bleef ze daar plompverloren staan. Ik had geen idee wat ze wilde, totdat ik bedacht dat ik haar altijd even een knuffel gaf, alvorens we allebei gingen slapen. Zou ze daar op wachten? Ik volgde haar de kamer in, ging op mijn hurken zitten en ja hoor, ze snelde naar me toe en kroop blij kwispelend zo’n beetje in me. Na een uitgebreide knuffel zocht ze tevreden haar kussen op en mocht ook ik naar bed. Deze routine herhaalt zich nog iedere avond en ik kan keer op keer niet anders dan vertederd zijn. Behalve een paar avonden terug. Terwijl ik op de bank zat, klom Wilka zonder aarzelen in een stoel, iets wat ik absoluut niet wil hebben. Omdat ze al vaker ongestraft in stoelen had gelegen – wat ik alleen weet omdat er dan ’s ochtends haren in lagen – wilde ik mijn punt maken. Ik haalde haar dan ook de stoel uit en vertelde haar dat dit toch echt niet de bedoeling was. Ik kan best wat van haar hebben, maar dit pik ik niet en dat kreeg ze maar al te goed door. Ze ging bij me weg en plofte op de vloer neer. Tijdens de laatste uitlaatronde bleef ze uit mijn buurt en toen ik haar de welbekende knuffel wilde geven, liep ze stug de andere kant op. Ze kroop op haar kussen, waar ze mokkend bleef liggen. Ze stond toe dat ik haar daar aaide, maar weigerde naar me te kijken. Gelukkig kon ik ook wel zonder knuffel slapen en ging ik naar bed in de volle overtuiging dat ze me wel snapte. Deels deed ze dat ook, want ze heeft in mijn bijzijn geen poging meer gedaan. Maar twee ochtenden later, terwijl zij aan de andere kant van de kamer onder de tafel de slaap van de onschuldigen sliep, ontdekte ik zand in de stoel...
 
Het is dag 101 en ik hoop dat er nog heel veel dagen zullen volgen. Ondanks dat Wilka iets heel vertrouwds over zich heeft vanwege haar schijnbare banden met Loni en Freaser en omdat ze zo’n open hondje is, heb ik nog een hoop te puzzelen. En ook dat illustreert maar weer dat er wederom een goede match voor me is gemaakt, want ik heb duidelijk gevraagd om een hond die niet saai is. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de ontspannen manier waarop ik met haar meeloop. Dat ik me er soms op betrap in gedachten heel ver weg te zijn, instinctief wetend dat Wilka wel alert blijft. Dat ik haar zo onnadenkend mijn volledige vertrouwen geef, zegt wat mij betreft genoeg. Op deze bijzondere, hele normale dag neem ik Wilka zo mee voor een zwempartij. Want wat kun je nu beter doen op zo’n dag dan samen, met zijn tweetjes, een klein feestje bouwen?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen