vrijdag 15 januari 2016

Verstoplichten


Ik loop vlot over straat. In mijn rechterhand klem ik mijn herkenningsstok en mijn smartphone. Aan mijn linkerzijde loopt Wilka. We zijn op weg naar de campus. Ik weet hoe de straten heten die ik door moet en mijn navigatie meldt wanneer ik die bereik. De details van het grootste stuk van de route ken ik niet op mijn duimpje, maar dat doet me niets. Wilka omzeilt alle obstakels en ik weet meteen wanneer we bij de straat zijn die mijn telefoon noemt, want Wilka slaat alle zijstraten in. Op mijn beurt vertel ik haar dan wanneer ik zo’n straat wil oversteken. Het zijn drukke wegen, maar in Nijmegen staan gelukkig veel verkeerslichten. Wilka heeft geleerd deze voor me te zoeken. Dus wat kan er dan nog misgaan? Er is slechts één probleem: de logica rond Nijmeegse verkeerslichten ontbreekt totaal.
 
De eerste kruisingen passeren we zonder moeilijkheden. Ik ken Hatert inmiddels goed genoeg om te weten dat de meeste verkeerslichten tussen het fietspad en de rijbaan staan. Daarbij, als ik Wilka vraag de paal te zoeken, blijft ze eerst trefzeker voor de stoeprand staan. Pas als ik haar zeg het fietspad over te steken, voert ze mijn eerdere commando uit en wijst ze met haar neus de paal aan.
 
Maar dan bereiken we de kruising van de Slotemaker de Bruïneweg en de Sint Jacobslaan. We lopen links van de weg en Wilka draait netjes de zijstraat in. Ik vraag haar een paal te zoeken. Vlak voor de kruising voelde ik noppentegels onder mijn voeten en bovendien hoor ik van die kant het getik van een verkeerslicht. Als dat deel van de kruising er eentje heeft, dan staat er voor de oversteek van de Sint Jacobslaan vast ook een. Maar Wilka loopt stug door. Als bij een kruising een veilige oversteekplaats is, bevindt deze zich op de hoek. Ik laat Wilka dus keren en loop terug. Wilka sputtert tegen en begint zelfs aan de stoeprand te snuffelen. Het is me volkomen duidelijk: ze kan me niet aanwijzen wat ik vraag, omdat het er volgens haar niet is. Maar dat kán toch niet? Ik blijf staan en luister. De verkeerslichten voor de Slotemaker de Bruïneweg tikken gestaag door en over de Sint Jacobslaan rijdt een niet-aflatende stroom verkeer. Die weg op goed geluk oversteken is geen optie. Verkeersveiligheid gaat voor alles. Vertwijfeld tuur ik om me heen. Gelukkig hoor ik op dat moment een heel welkom geluid: voetstappen.
 
Ik spreek de voorbijganger aan en vraag haar hoe ik veilig de weg over kan. “Wacht,” zegt ze, “dan druk ik even op het knopje.” Knopje? Welk knopje? Wilka vindt onbekende objecten aanwijzen soms lastig, maar toch niet zó lastig? Tot mijn verbazing draait de vrouw zich om en gaat ze achter me staan. En dan hoor ik getik, praktisch uit de heg. “O, staat dat ding daar!” Ik kan mijn geërgerde verbazing niet onderdrukken. De paal draagt wel de kenmerkende kleuren, maar is vele malen dikker dan gebruikelijk. En net als ik zal ook Wilka niet verwachten zo’n ding aan te treffen aan de andere kant van de stoep. Misschien zag ze het wel als onderdeel van een tuin, als slechts een obstakel. Voor ons ontbreekt het verband met de oversteek totaal. Als ik met taststok had gelopen, zou ik ook alleen langs de stoeprand hebben gezocht. Omdat de andere oversteek wel duidelijk is gemarkeerd met noppentegels en een constant tikkend verkeerslicht wordt bovendien de indruk versterkt dat er hier geen is. Met mogelijk onnodige gevaarlijke situaties als gevolg.
 
De snelle ratel klinkt en Wilka en ik bereiken heelhuids de overkant. Waar ik gewoon een dunne paal passeer, die wél aan de stoeprand staat. Spoedig bereiken we de Sint Annastraat, waar Wilka trefzeker een verkeerslicht wijst. Zodra ik mijn hand uitsteek merk ik echter dat dit de paal voor fietsers is. Nog voor ik Wilka kan vragen verder te zoeken, meldt een vriendelijke fietser dat het verkeerslicht voor voetgangers aan de overkant van het fietspad staat. Bij veel andere wegen die ik oversteek, staan die twee bijna naast elkaar. We steken het fietspad over en ik vraag Wilka opnieuw een paal te zoeken. Het lijkt wel een opfriscursus verkeerslichten opsporen.
 
Terwijl we verder lopen denk ik na over de missende logica. Dat zelfs binnen één kruising de oversteken verschillen, geeft me een onveilig gevoel. Lukraak op die langsrazende auto’s aflopen en pas ter plekke zeker weten of er tussen rijbaan en fietspad inderdaad zo’n zwijgend verkeerslicht staat, is geen pretje. En op deze route ben ik nog lang niet alle verschillende situaties tegengekomen. Soms bevindt zich de drukknop op de paal zelf, terwijl aan de overkant van diezelfde straat een aparte, kleinere paal met knop staat – aan de andere kant van de noppentegels dan het eigenlijke verkeerslicht. Ook mijn vorige geleidehonden wezen dan vaak de grote paal aan, waarop ik vervolgens geen drukknop kon vinden. Dan moet je al weten dat er zo’n paaltje kan staan, want anders geef je niet zomaar het commando om verder te zoeken. Zeker omdat Nijmegen ook verkeerslichten zónder drukknop kent, die eens in de zoveel tijd vanzelf op groen springen. Schat je dat verkeerd in, dan kun je wachten tot je een ons weegt.
 
Uiteindelijk bereiken we veilig de campus. Ik ben blij dat het is gelukt en ik geniet na van de intense samenwerking met Wilka, maar ik ben niet geheel tevreden. Hulp vragen kost me al lang geen moeite meer, maar dat ik hulp nodig heb om veilige oversteekplaatsen te vinden, baart me zorgen. Ik ben me er goed van bewust dat ik kwetsbaar ben in het verkeer. In Nijmegen kom ik veel markeringen tegen die op een fijne manier bushaltes, oversteekplaatsen e.d. aangeven. En ook de meeste verkeerslichten maken geluid. Lang niet elke stad kan dat zeggen. Maar als ze er dan toch zijn, is het wel zo fijn dat je ze kunt vinden!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen