donderdag 5 mei 2016

Zorgen in de chocoladefabriek


“Maar ondanks alles kon ik niet anders dan met Wilka meegaan. Als dat de eigenschap is van een kind dat nog droomt van een paradijs van snoep, dan hoop ik dat ik nooit volwassen word.” Zo eindigde ik mijn hoopvolle blog in januari 2015. Ik benoemde mijn toekomstige geleidehond Wilka tot mijn persoonlijke Willy Wonka, die mij ondanks ervaringen uit het verleden zonder veel moeite meekreeg op een nieuwe ontdekkingsreis. Freaser, Loni, Wilka. Driemaal is scheepsrecht, zegt men. En “ervaringen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst” is ook positief te interpreteren. Daarbij, statistisch gezien is de kans klein dat er weer iets misgaat: als je drie keer met een dobbelsteen gooit is de kans op verschillende cijfers immers groter dan dat je drie keer hetzelfde gooit. Het leven is echter geen simpele dobbelsteen of handig gebruikte zin. Je zou denken dat ik mijn lesje inmiddels wel zou hebben geleerd.
 
De Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren. De plek waar ik vaak met mijn eerste geleidehond Freaser ben geweest. Waar ik uren gespannen heb zitten wachten. Waar hij allerlei onderzoeken onderging, maar nooit een diagnose kreeg. De plek waar hoop niet voldoende bleek. En nu moet ik er ook samen met Wilka aan geloven. Ze heeft last van haar knieën, maar duidelijkheid is er nog niet. Hoop probeert zich wankelend staande te houden. Ervaring leert me echter dat, als ik Hoop haar zin geef, de val des te groter zal zijn. “Ever since I met you, I’ve been waiting for the snow to fall”, zong VanVelzen in het theater. Dat, besefte ik toen, is exact wat ik nu aan het doen ben. Ook niet de fijnste reactie. Alles gewoon maar laten gebeuren, leven met de dag, niet op de zaken vooruit lopen; dat lijkt me het best. Alsof dat een optie is.
 
Inmiddels heeft Wilka al ruim twee weken niet gerend in het bos, niet gespeeld met andere honden, niet de gekke kleuter uit mogen hangen. En dat terwijl ze die vrijheid zo nodig heeft. Lijnrust en rustig aan doen; voor Wilka doe ik mijn best de opdracht te vervullen. Maar dit heeft ook voor mij gevolgen. Toen ik Wilka net had, vermoedde ik al dat de vrijheid die zij me gaf heel snel weer zou wennen. Ik had gelijk. Pas nu ik alleen de noodzakelijkste korte stukjes met haar werk, voel ik weer wat zij me ruim een jaar gaf. Niet in het vennengebied genieten van de zomers aandoende temperaturen. Niet naar mijn lichaam luisteren, ook al roept het om actie. Strategisch inkopen doen, zodat we zo min mogelijk hoeven te gaan. Proberen de saaie uitlaatrondjes enigszins af te wisselen, want ook voor Wilka is verveling de vijand. Niet spontaan kunnen gaan en staan waar ik wil. Het goedbedoelde advies voelt als een onterechte veroordeling tot huisarrest voor onbepaalde tijd.
 
Ondertussen is uitgerekend Wilka degene van wie ik het meest kan leren. Ze snapt duidelijk niet waarom ik ineens niet meer fanatiek wil spelen en blijft er regelmatig om vragen. Toch lijkt ze mij niets te verwijten. Als ik bij haar ga zitten voor een knuffelsessie, rolt ze meteen vrolijk kwispelend en trappelend op haar rug. Wat de situatie juist schrijnender maakt. Af en toe probeert ze richting bos te lopen, maar zodra ze merkt dat ik iets anders van plan ben, loopt ze net zo hard de andere kant op. Routines doorbreken doet ze zonder aarzelen. Een collega toont ons tijdens de lunchpauze de lift, zodat Wilka geen trap hoeft te lopen. Aan het eind van mijn werkdag vertel ik haar bij het verlaten van ons kantoor dat we met de lift gaan. Ze keurt de trap - die we al sinds december nemen - geen blik waardig, wijst de juiste deur aan, zigzagt door de daaropvolgende ruimte en tikt trots met haar neus tegen de liftdeur. Zelfs nu geniet ik van haar vakmanschap.
 
Werk is heilig. Van klagen heeft Wilka nog nooit gehoord. Zeuren, ja, dat kan ze. Ze duwt speelgoed op mijn schoot of loopt piepend door de kamer als de energie haar even te veel wordt. Maar als er gewerkt moet worden, wordt er gewerkt, of ze nou ergens last van heeft of niet. Ze mist de mentale uitdaging van het leiden en gaat dan ook maar wat graag met me op pad. En haar taak neemt ze zoals altijd uiterst serieus. Haar toewijding is haast niet te bevatten. Als ze haar tuig draagt, reageert ze nauwelijks op signalen van haar lichaam. Aan mij dus de lastige taak in te schatten wat ze kan en hoeveel pijn ze heeft.
 
Onzekerheid, niet weten waar ik aan toe ben en ook niet veel kunnen doen om dat te veranderen. Ik vind het maar ingewikkeld. Zelden wilde ik zo graag een toekomstige blog lezen, zodat ik me kan voorbereiden en me – nu of juist straks – een boel kan besparen. Het lot lijkt vastbesloten om mij volwassen te krijgen. Ik hoop dat dat niet lukt. Want hoewel ik doe alsof en ik niet weet of ik er blij mee ben, is Hoop nooit volledig uit te stampen.
 
I know our time is now
Still I tell myself, somehow
This thing won’t end as it began
You’re still here when summer ends
VanVelzen – “When Summer Ends”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen